De commissie voor sociale zaken, werk en pensioenen nam de tekst die voorziet in de uitbreiding van het rouwverlof vorige week aan. Hierdoor komen de vooropgestelde wijzigingen aan het rouwverlof binnenkort op ons af.

Benieuwd wat er gewijzigd wordt? Lees dan even verder!

Huidige situatie

Een werknemer kan omwille van bepaalde speciale gebeurtenissen klein verlet opnemen, bijvoorbeeld bij het overlijden van een naaste. Hij behoudt hierbij zijn normale loon.

De duur van het klein verlet bij een overlijden is afhankelijk van de graad van verbondenheid met de overledene.

Situatie Duur klein verlet
overlijden echtgeno(o)t(e)

overlijden kind van de werknemer of van echtgeno(o)t(e)

overlijden vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder van de werknemer

drie dagen door werknemer te kiezen vanaf overlijden t.e.m. begrafenis

 

overlijden broer, zuster, schoonzuster, schoonbroer, schoonzuster die bij de werknemer inwoont

overlijden grootvader, grootmoeder, kleinkind, overgrootvader, overgrootmoeder, achterkleinkind die bij de werknemer inwoont

overlijden schoonzoon of schoondochter die bij de werknemer inwoont

2 dagen door werknemer te kiezen vanaf overlijden t.e.m. begrafenis

 

overlijden broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster die niet bij de werknemer inwoont

overlijden grootvader, grootmoeder, kleinkind die niet bij de werknemer inwoont

overlijden overgrootvader, overgrootmoeder, achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die niet bij de werknemer inwoont

dag van de begrafenis

Toekomstige situatie

De hieronder vooropgestelde wijzigingen aan het klein verlet zijn van toepassing op de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen.

Hieronder vindt u de uitbreiding van situaties van klein verlet bij overlijden en aanpassing van de opnamemodaliteiten

Situatie Duur klein verlet
overlijden echtgeno(o)t(e)/samenwonende partner

overlijden kind werknemer of echtgeno(o)te)/ samenwonende partner

overlijden pleegkind in kader van langdurige pleegzorg op moment van overlijden of in het verleden

Een pleegkind is het kind waarvoor de werknemer of zijn echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner in kader van pleegzorg is aangesteld door de rechtbank, een door de bevoegde gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg of door de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming.

10 dagen:

  • 3 dagen door werknemer te kiezen vanaf overlijden t.e.m. begrafenis;
  • 7 dagen door werknemer te kiezen binnen jaar na dag van overlijden.

Op vraag van de werknemer en mits akkoord van de werkgever, kan afgeweken worden van bovenvermelde vooropgestelde opnameperiodes.

 

overlijden vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder van werknemer of echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner 3 dagen door werknemer te kiezen vanaf overlijden t.e.m. begrafenis

Op vraag van de werknemer en mits akkoord van de werkgever, kan afgeweken worden van bovenvermelde vooropgestelde opnameperiodes.

overlijden pleegvader/pleegmoeder van werknemer in kader van langdurige pleegzorg op moment van overlijden

De pleegvader en -moeder is de pleegouder die in het kader van pleegzorg is aangesteld door de rechtbank, een door de bevoegde gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, of door de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming.

Onder langdurige pleegzorg wordt begrepen pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens 6 maanden in hetzelfde pleeggezin bij dezelfde pleegouder(s) zal verblijven.

3 dagen door werknemer te kiezen vanaf overlijden t.e.m. begrafenis

Op vraag van de werknemer en mits akkoord van de werkgever, kan afgeweken worden van bovenvermelde vooropgestelde opnameperiodes.

overlijden broer, zus, schoonbroer, schoonzus die bij de werknemer inwoont

overlijden grootvader, grootmoeder die bij de werknemer inwoont

overlijden kleinkind die bij de werknemer inwoont

overlijden overgrootvader, overgrootmoeder, achterkleinkind die bij de werknemer inwoont

overlijden schoonzoon, schoondochter van werknemer of echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner die bij de werknemer inwoont

2 dagen door werknemer te kiezen vanaf overlijden t.e.m. begrafenis

Op vraag van de werknemer en mits akkoord van de werkgever, kan afgeweken worden van bovenvermelde vooropgestelde opnameperiodes.

 

overlijden broer, zus, schoonbroer, schoonzus die niet bij de werknemer inwoont

overlijden grootvader, grootmoeder die niet bij de werknemer inwoont

overlijden kleinkind die niet bij de werknemer inwoont

overlijden overgrootvader, overgrootmoeder, achterkleinkind die niet bij de werknemer inwoont

overlijden schoonzoon, schoondochter van werknemer of echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner die niet bij de werknemer inwoont

dag van de begrafenis
overlijden pleegkind van werknemer /echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner in kader van kortdurende pleegzorg op moment van overlijden dag van de begrafenis

Mogelijkheid aanrekenen klein verlet op periode gewaarborgd loon

Indien een werknemer aansluitend op het klein verlet wegens het overlijden van een echtgeno(o)t(e), samenwonende partner, van een kind van de werknemer of van echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner arbeidsongeschikt is, worden de dagen klein verlet vanaf de vierde dag klein verlet aangerekend op de periode van gewaarborgd loon.

Dit geldt enkel indien deze vierde dag aansluit op de derde dag klein verlet omwille van dit overlijden.

Het wetsontwerp verduidelijkt dit aan de hand van de volgende voorbeelden.

  • Een werknemer verliest zijn kind. Hij neemt 10 dagen rouwverlof op. Daarna gaat deze enkele dagen werken of neemt hij vakantie op en wordt daarna ziek. De extra dagen rouwverlof worden niet aangerekend op de periode gewaarborgd loon wegens ziekte.
  • Een werknemer (bediende) verliest zijn kind. Hij neemt 3 dagen rouwverlof op en wordt nadien ziek gedurende een periode van 30 dagen. Hij behoudt zijn normale loon voor de 3 dagen klein verlet en heeft recht op 30 dagen gewaarborgd loon tijdens zijn periode van arbeidsongeschiktheid. De 3 dagen rouwverlof worden niet aangerekend op de periode van gewaarborgd loon aangezien het gaat om de reeds 3 bestaande dagen rouwverlof en niet om de bijkomende dagen rouwverlof.
  • Een werknemer (bediende) verliest zijn kind. Hij neemt zijn 10 dagen rouwverlof op en wordt daarna aansluitend ziek gedurende een periode van 5 dagen. Hij heeft recht op 3 dagen rouwverlof met volledig behoud van loon, 7 bijkomende dagen rouwverlof met volledig behoud van loon.
    Let wel: de 7 bijkomende dagen rouwverlof worden aangerekend op de periode van gewaarborgd loon tijdens ziekte omdat zijn rouwverlof aansluitend gevolgd wordt door een ziekte. Omdat de ziekte slechts 5 dagen duurt, zal de aangepaste regel geen gevolgen hebben voor de werknemer want hij overschrijdt zijn periode van 23 dagen (30 dagen – 7 dagen) gewaarborgd loon niet.
  • Een werknemer (bediende) verliest zijn kind. Hij neemt 10 dagen rouwverlof op en wordt daarna aansluitend ziek gedurende een periode van 25 dagen.
    Deze werknemer heeft recht op 3 dagen rouwverlof met volledig behoud van loon, 7 bijkomende dagen rouwverlof met volledig behoud van loon. De 7 bijkomende dagen rouwverlof worden aangerekend op de periode van gewaarborgd loon tijdens ziekte omdat zijn rouwverlof aansluitend gevolgd wordt door een ziekte.
    De werknemer zal vanaf de 24ste dag ziekte een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen in plaats van vanaf de 31ste dag omdat die 7 extra dagen rouwverlof worden aangerekend op de periode van het gewaarborgd loon en zijn periode van gewaarborgd loon dus eerder wordt overschreden.

Nuancering

Let wel: bovenvermelde doet geen afbreuk aan gunstigere bepalingen overeengekomen in een sectorale of ondernemingscao of het arbeidsreglement.

  • Voorbeeld: een sectorale cao voorziet in 2 bijkomende dagen rouwverlof bij het overlijden van een kind van de bediende. De bediende neemt zijn 10 dagen rouwverlof op en wordt daarna aansluitend ziek voor 27 dagen.
    De bediende zal kunnen rekenen op 5 dagen klein verlet met behoud van loon, 5 dagen klein verlet met behoud van loon die aangerekend worden op de periode gewaarborgd loon, 25 dagen gewaarborgd loon tijdens zijn arbeidsongeschiktheid.
    Vanaf de 26ste dag ziekte ontvangt hij een arbeidsongeschiktheidsuitkering (in plaats van vanaf de 31ste dag) omdat het rouwverlof wordt gevolgd door een periode van ziekte en die 5 dagen extra rouwverlof bovenop de toegekende dagen rouwverlof in de cao aangerekend worden op de periode van gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid.
    Indien er geen sectorale cao was, dan zou de bediende reeds vanaf de 24ste dag zijn periode van gewaarborgd loon overschrijden en een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen.

Let wel: bovenvermelde wijzigingen zijn op heden nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Zij treden in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Easypay Group Pelt
Industrielaan 16
3900 Pelt
Telefoon011 53 18 38